|
Overgenomen uit het boek: Op weg naar je ware zelf door Jean Jenson
isbn 90-269-2368-6
De rol van het onbewuste
Wij komen bijna allemaal uit gezinnen waarin we de een of
andere vorm van mishandeling hebben meegemaakt. Voor velen was het langdurig of
ernstig genoeg om op een belangrijk punt zowel de ervaringen als de betekenis
ervan te verdringen. Dit had tot gevolg dat we op een bewust niveau niet meer
beseften wat er werkelijk met ons gebeurde. Aangezien het een onbewust proces
was, realiseerden we ons niet dat het had plaatsgevonden. Het
mechanisme van repressie waarborgde ons voortbestaan. En zo werden we
volwassen. Maar omdat ons vermogen ervaringen te verwerken ooit was
aangestast, is verdringing (dat ons in staat stelde een traumatiserende jeugd
zo comfortabel mogelijk door te komen, of die in sommige gevallen hoe dan ook
door te komen) voor de volwassene juist een nadeel. Het onbewuste blijft ons
beschermen tegen iets waartegen wij ons niet meer hoeven te beschermen,
namelijk het volledige besef van wat er gebeurd is en de bijbehorende
pijnlijke gevoelens. Aangezien verdringing en
ontkenning uit het onbewuste gedeelte van onze geest komen, blijven ze
automatisch doorfunctioneren; we zijn ons van die activiteit niet bewust
omdat het bewuste en onbewuste gedeelte van onze geest verschillende functies
en vermogens hebben. Het bewuste gedeelte maakt onderscheid tussen heden en
verleden (we zijn ons bewust van onze leeftijd, onze leefomstandigheden, onze
vermogens als volwassene, enzovoort), terwijl het onbewuste geen besef van
tijd heeft - en toch is het in staat de werkelijkheidswaarneming van de
bewuste geest te wijzigen. Zo functioneren de beschermende mechanismen die we als kind
nodig hadden, gewoon door, ondanks het feit dat we ze niet meer nodig hebben. Ze functioneren zelfs zo goed, dat
de gevoelens van angst, droefheid, gemis, schaamte, woede en wanhoop, om er
maar een paar te noemen, waartegen we als kind beschermd werden, geweerd
worden uit ons bewustzijn, zodat we
ze helemaal niet kunnen voelen, of als we ze nu wel voelen, veroorzaakt
lijken te worden door voorvallen in ons huidige leven. En
vervolgens reageren we of te heftig of onderkoeld. Het onvermogen deze pijnlijke emoties hoe dan ook te voelen,
of de neiging ze te voelen maar aan de huidige werkelijkheid te koppelen,
verstoort ons huidige vermogen ervaringen correct te verwerken. Dit leidt tot
een hele reeks problemen, vooral in de relatiesfeer. Helaas doen de meeste
gangbare behandelmethoden niets met deze onbewuste invloed. Het bewustzijn van het kind tegenover de werkelijkheid
van de volwassene Alle volwassenen keren met enige regelmaat terug naar de
bewustzijnstoestand van het kind, al beseffen ze dat niet. Wanneer we te
emotioneel of onderkoeld op iets reageren, is de geest van de
bewustzijnstoestand van de volwassene omgeschakeld naar die va het kind en
ervaren we de wereld tijdelijk vanuit de afhankelijkheidspositie van het
kind. Of we worden overspoeld door gevoelens die niet in verhouding tot de
huidige realiteit staan, of we sluiten ons af voor gevoelens, ons automatisch
verdedigend tegen een mogelijke aanval. In de laatste situatie zin we ons er
niet eens van bewust dat er gevoelens zijn die gevoeld willen worden. Terugval naar de kinderbeleving Laten we eens naar een typische situatie kijken waarin een
volwassene plotseling emotioneel gezien ‘een kind wordt’. Op een winterochtend loopt Joan naar buiten om met haar auto
naar haar werk te gaan. De avond ervoor had ze de auto buiten
de garage gezet en nu komt ze tot de ontdekking dat een zware lading
smeltende sneeuw met lagen ijs van het metalen dak van de garage op haar
voorruit is gegleden en die volledig heeft verbrijzeld. Ze is helemaal ontdaan en neemt zichzelf haar ‘stommiteit’ om
daar de auto te parkeren, enorm kwalijk. Ze barst in huilen uit. Huilend rent ze naar binnen, waar haar
man, George, zich net aan het scheren is. Ze vertelt hem wat er gebeurd is en zegt dat ze het stom van
zichzelf vindt. George legt zijn scheermes neer, haalt haar even aan en zegt
dat ze niet had kunnen weten dat dat zou gebeuren en dat ze zichzelf niet de
schuld moet geven. Nog nasnikkend zegt Joan dat ze
niet weet hoe ze naar haar werk moet komen of wat ze met de auto moet doen. George stelt voor collega’s te bellen die in de buurt wonen,
of zonodig samen met zijn auto te gaan, zodat een van hen tweeen dan maar te laat op het werk komt.
Wanneer Joan op haar werk is kan ze de verzekeringsmaatschappij bellen om te
vragen waar en hoe ze de auto meot laten maken. Joan kan nu haar tranden drogen en de aanwijzingen van George
opvolgen. Terwijl ze met de verzekeringsagent prat, begint ze weer ‘tot
zichzelf’ te komen. De tekenen die erop wijzen dat Joan terugviel naar een
‘kinderlijke’ bewustzijnstoestand, zijn de hevige emoties die ze voelde en
haar grote behoefte naar ‘iemand toe te rennen’ om zich te laten geruststellen en te laten
vertellen wat ze moest doen. Wanneer we van iemand anders verwachten dat hij ‘de volwassene
uithangt’, wijst dat er altijd op dat we onze ervaring niet met volwassen
ogen bekijken en weer kind zijn
geworden. Vaak zien we later pas in dat de gevoelsreactie niet in verhouding
tot het voorval stond. Zoals we al hebben gezien, had Joan alle oplossingen die
George bedacht, zelf kunnen bedenken.
Wanneer Joan weer volwassen handelt, kan ze haar hersens of
levenservaring aanwenden om te bedenken wat ze moet doen. Het plotselinge en
de ernst van de situatie veroorzaakten echter een terugval naar een
geestetoestand waarin ze de beperkte ervaring en kennis van een kind had; in
deze kinderstaat stonden de juiste reakties even niet tot haar beschikking.
We kunnen daaruit concluderen dat het gezin waaruit Joan komt, altijd iemand
de schuld gaf wanneer er iets mis ging, aangezien ze zich ook schaamde en
zichzelf een ‘stommeling’ vond, waarmee ze de zaak er erger op maakte. Ze
rende naar haar echtgenoot(die onbewust een ouder voor haar werd), omdat ze
van hem het volwassen optreden verwachtte dat ze zelf niet kon opbrengen. Ze
rende ook naar hem toe in de hoop troost te krijgen en geen verwijten. In dit
geval kon George Joan de zorgzaamheid geven waaraan zij behoefte had. Het
is belangrijk op te merken dat Joan automatisch terugkeerde nar haar
volwassen staat van voelen en denken in het heden , en dat ze ddarvoor niet
van George afhankelijk was en verder dat de
respons van George positief was; in veel gevallen verloopt de zaak
niet zo gunstig. Was George zich aan het voorbereiden geweest op een
belangrijke afspreaak, dan zou hij misschien ongeduldig en boos zijn geworden
omdat Joan hem nodig had om datgen te doen ‘wat voor de hand lag’. Hij had
haar dan misschien ook ‘stom’
genomend, omdat ze de auto op zo’n kwetsbare plaats had gezet en hem ook nog
dit probleem bezorgde. Dan
zouden haar (kinder)angsten bevestigd zijn geweest doordat George zich
hetzelfde tegen har gedoreg als haar ouder(s) vroeger. Deze
complicatie had dan tot conflicten tussen Joan en George kunnen leiden en als
dit soort dingen nu maar vaak genoeg gebeurde, tot een volwaardige
huwelijkscrisis. Omdat dit een ongewone gebeurtenis
was, die zich geheel onverwacht voordeed, zou een onpartijdige waarnemer
Joans reactie beslist als buitenproportioneel beschouwen. Joan
reageert echter heel vaak zo, zij het wat minder herkenbaar, op gewonere
gebeurtenissen. Als ze post van de een of andere instantie krijgt,
bijvoorbeeld van de belastingdienst of haar ex-man, is ze meestal zeer
bevrresd, totdat ze de envelop opent en ontdekt dat het niets belangrijks is.
Onbewust verwacht ze in zo’n situatie een uitbrander. Een paar
weken voor hett voorval met de voorruit was Joan net zo in paniek geweest
naar aanleiding van een telefoontje.
Ze was ongeveer een uur weg geweest en toen ze terugkwam, stond er op het antwoordapparaat een boodschap van
haar moeder, die vroeg of ze meteen terug wilde bellen. Joan zette gauw haar
tas met boodschappen neer en belde haar moeder, een en al angstgevoelens.
Toen die in gesprek bleek, bleef Joan steeds weer de hoorn neerleggen en op
de herhaalknop drukken. Ze wist dat ze vijf minuten zou moeten wachten en het
dan weer proberen, maar haar angst te horen dat ze ‘iets stoms had gedaan’
was zo groot, dat ze dat niet kon. Ze voelde een sterke drang er koste wat
kost achter te komen wat haar moeder wilde. Ondertussen smolt het ijs dat ze gekocht had. Het is belangrijk
te zien dat Joan haar reacties op deze gebeurtenissen niet in de hand had.
Onze westerse cultuur wil ons graag laten geloven dat we onszelf vrijwel
altijd in de hand kunnen houden maar de terugval naar een vroegere
bewustzijnstoestand, waarin problemen niet zijn opgelost of betreurd, is zo’n
terrein waarop onze geest niet volledig greep heeft. We kunnen niet bewust
vookomen dat zo’n terugval zich voordoet. Wat we wel kunnen, en wat we moeten
leren als we willen genezen, is ons ervan bewust worden dat het is gebeurd. De kindbeleving tegenover die van de volwassene.
Wanneer we de
omstandigheden nader bekijken, lijkt het duidelijk dat Joan zich plotseling
voor een situatie geplaatst zag die haar
tijdelijk uit haar volwassen werkelijkheidsbeleving haalde en haar
deed denken en voelen als een kind. Toch is een aantal van de kindergevoelens
en gedachten in het bovenstaande s schema zo algemeen aanvaard, dat we die
als volwassene ook als geldig zijngaan beschouwen. Met andere woorden, de
mate waarin onze hele maatschaoppij aan ontkenningdoet, is het gevolg van een
culturele staat van bewustzijn die teruggaat op de kinderbeleving. In zeker
zin zijn we allemaal onvolwassen! Het cruciale
verschil tussen de wereld van het kind en die van de volwassene is dat alle
kinderen afhankelijk zijn en bijna lle volwassenen onafhankelijk. Het is tot
daaraan toe dat bepaalde gebeurtenissen onverwerkte gevoelens uit de jeugd bovenhalen,
maar het is toch wel te gek dat bijna iedereen dingen omtrent het leven van
de volwasene gelooft die alleen maar gelden voor een kind! Het volgende
overzicht geeft aan hoe bepaalde manieren van denken zich ontwikkeld hebben
uit wat eigenlijk kenmerken van de kinderbleoving zijn. De kenmerken van de
authentieke wereld van het kind, met daarnaast ter vergelijkingde zaken die
we ons dienaangaande dienen te realiseren, worden hier gegeven.
Heersende
opvattingen die onjuist zijn. Om te kunnen
genezen moet er iets gedaan worden met de uiterst persoonlijke
jeugdervaringen. De wijze waarop wij in onze cultuur aangepraat krijgen dat bepaalde
realiteiten vastaande gegevens zijn – hoewel ze in feite alleen maar gelden
voor het afhankelijke kind – heeft echter ook
een belangrijke invloed op onze ontwikkeling gehad. Het zal ons bij de nodige
pijnlijke confrontaties met ons eigen, persoonlijke verlden helpen, als we
allereerst begrijpen dat bepaalde maatschappelijke opvattingen die we
allemaal voor waar aannamen, dat niet zijn. Als George Joan
verlaat tengevolge van relatieproblemen, zal ze de verlatenheid voelen van
het kind dat ze was toen haar ouders haar de schuld gaven in plaats van haar
te troosten, of van alle andere keren dat ze zich in haar jeugd in de steek
gelanten voelde. Ze zal flink huilen en haar vriendinnen zullen
waarschijnlijk met haar meevoelen en het erover eens zijn dat George haar in
de steek heeft gelaten en het idee versterken dat de hevigheid van haar
verdriet gerechtvaardigd is. Als Joan echter al
begonnen is met het verwerken van haar jeugdtrauma’s, zal ze weten dat wat ze
in feite voelt, de pijn van de verlatenheid uit haar jeugd is en dat de pijn
van het verleis van George anders is dan die wanhoop. Ze zal begrijpen dat
George haar niet in de steek heeft gelaten, daar dat een afhankelijkheid van
de opstappende partij impliceert die alleen geldt voor de kindertijd. George
is gewoon weggegaan. We voelen natuurlijk pijn wanneer iemand weggaat, maar
aan je lot overgelaten worden is veel ernstiger dan meemaken dat iemand bij
je weggaat. Joans vriendinnen
zijn geneigd alles wat ze over de ware aard van haar pijn zegt, te negeren.
We zijn tenslotte geconditioneerd te geloven dat wanneer iemand bij ons
weggaat, ook al zijn we volwassen, het logisch is dat je je in de steek
gelaten voelt. Haar vriendinnen gaan misschien nog een stapje verder en
zeggen tegen haar dat ‘al dat jeugdgedoe’ oprakelen de zaak er alleen maar
slechter op maakt. Ook therapeuten
zijn er nog maar weinig van doordrongen in hoeverre pijn die veroorzaakt
lijkt door huidige gebeurtenissen, in feite oude, onverwerkte pijn uit de
jeugd is. Velen zullen het met hun clienten over invloeden uit hun jeugd
hebben, maar weinig inzicht hebben in de manier waarop oude pijn zich in ons
leven manifesteert, en dat hoogstwaarschijnlijk omdat maar weinigen hun eigen
verleden hebben verwerkt. Aangezien het ook
tot verwarring kan leiden waneer men begint aan een onderneming die tegen de
norm van onze maatschappij ingaat, helpt het als we begrijpen waar de ideeen
die de meesten van ons aangereikt hebben gekregen, vandaan komen. Onderdeel
van het genezingsproces is dan ook we blijven proberen ons bewust te blijven
van de keren dat onze houding beinvloed wordt door de conditionering van de
maatschappij. Als we dan constateren dat de gangbare redenatie niet klopt,
moeten we weigeren die als geldig te aanvaarden. Dit vereist een bereidheid
te evalueren wat we ‘altijd’ geloofd hebben en wat anderen misschien nog
steeds geloven. Als we eenmaal gaan begrijpen hoeveel van wat ons geleerd is,
op de realiteit van de kinderjaren teruggaat, zullen we ons van een
schadelijke manier van denken die ons is opgelegd, kunnen losmaken en aan de
beperkingen ervan ontsnappen. Schets van
iemand die emotioneel reageert Mensen als Joan
beginnen vaak met het verkennen van hun verleden, wanner ze zich ervan bewust
worden dat ze bij tijd en wijle te emotioneel reageren en dat die heftige
reacites vak veroorzaakt worden doo reen gevoel dat iemand ontevreden voer
hen is, hen niet mag of hen stom
vindt. Bij Joan ontstond
dit idee geleidelijk, toen ze steeds meer ging inzien dat anderen niet altijd
zo sterk op bepaalde gebeurtenissen reageerden als zij of niet de
gerusstelling en goedkeuring nodig haddne die zij nodig had. George die het
meest met haar omging, was de eerste die dit onder haar aandacht bracht. Hij
klaagde dat ze op hem steunde met dingen die ze zelf zou moeten kunnen – dat
ze soms zijn aandacht heel erg nodig leek te hebben, vooral wanneer hij werk
mee naar huis nam. Hij wees haar er ook op de ze zichzelf kleine foutjes vaak
heel erg kwalijk nam en dan bij hem geruststelling zocht. Daarna begon Joan
te merken dat er andere manieren waren waarop ze als een kind handelde en bij
George steun zocht, zoals toen haar chef had gezegd dat hij haar de volgende
dag ergens over wilde spreken en de angst haar uit haar slaap hield. Ze begon
ook te beseffen dat ze zich afgewezen voelde als iemand op haar werk afgeleid
was en ’s morgens niet merkte dat ze gearriveerd was, en dat ze dan later op
de dag probeerde die persoon een reacite te ontlokken om haar angst weg te nemen.
Joan realiseerde zich dat ze soms in huilen uitbarstte wanneer iemand
onverwacht iets aardigs deed en dan niet kon begrijpen waarom ze huilde.
Goede vrienden bevestigden dat ze zich soms als een hulpbehoevend kind
gedroeg en onzeker leek. De onnodige hevigheid
van die gevoelens gaf Joan een ongemakkelijk gevoel en ze wilde hulp hebben,
maar wat har echt naar de therapie bracht, was het gevoel dat George zijn
geduld begon te verliezen. Ze maakte zich zorgen over haar huwelijk. Hoe herken je
iemand die onderkoeld reageert. Wanneer mensen als
Joan aan dit proces beginnen, kunnen ze de gevoelens die hun last bezorgen,
gebruiken als instrument om bij de pijn te komen van de oorspronkelijke,
traumatiserende ervaring die verdrongen is. En als ze, net als Joan, de
irreele hoop koesteren iets van anderen te krijgen, kan die wetenschap
aangewend worden om een belangrijk afweermechanisme los te laten. Maar hoe
zit dat met mensen die bijna nooit iets voelen? Zoals we al
besproken hebben komte het vaker bij mannen dan bij vrouwen voor dat men zich
afsluit voor diepere gevoelens, en vaker bij vrouwen dan bij mannen dat men
overdreven emotioneeel reageert. Cultulrele conditionering draagt duidelijk
aan deze tendens bij, zoals doorgaans gestaafd wordt door de observatie dat
mannen zich sneller afsluiten voor gevoelens dan vrouwen. Ongeacht het
geslacht van een persoon en ondanks het door ervaring ontstane verschil in
reageren – geblokkeerde emoties (of minder emoties dan je zou verwachten)
versus een teveel aan emoties – vindt dezelfde omschakelling naar het
bewustzijn van het kind plaats. Op de
buitenstaander maken ze een zeer verschillende indruk. Zo leek Bob totaal
onaangedaan door wat er op zijn gazon plaats vond, terwijl Joan helemaal van
slag was toen ze zag wat er met haar auto gebeurd was. Maar, schijn bedriegt:
zowel Bob als Joan reageerde zoals het kind dat zij ooit waren gereageerd zou
hebben. Bob reageerde zoals hij dat deed toen hij zich als kind moest
afschermen tegen de erkenning van de pijnlijke realiteit van zijn jeugd: hij
ontkende ieder gevoel en meed dat op die manier volledig. Wanneer hij in het
heden met een mogelijk pijnlijk situatie werd geconfronteerd, werd hij weer
‘het kind van vroeger’ en greep hij weer naar hetzelfde afweermiddel. Wanneer
Joan daarentegen verviel in het kinderbewustzijn, werd ze bevangen door de
paniek die ze altijd voelde voordat men haar vertelde hoe stom ze was; ze had
dus wel gevoelens, maar die gevoelens stonden los van de bron. Wanneer iemand
als Joan wil gaan werken aan de pijn uit haar jeugd, moet dat via haar
emotionele reakties gebeuren, maar allereerst moet ze zich gaan realiseren
dat haar gevoelens infeite geen reacite op de realiteit van dat moment zijn,
zoals ze denkt. Wanneer iemand als Bob zijn gevoelens wil gaan aanpakken,
moet hij echter eerst het idee loslaten dat er niets is dat hem kan deren.
Pas dan zullen er gevoelens loskomen. Samenvattend kunnen
we zeggen dat we erachter kunnen komen wanneer de bewustzijnstoestand van het
kind weer opduikt door te kijken naar de manier waarop we met gebeurtenissen
die ontregelend zijn (of zouden moeten zijn). Voor ieder van ons moet wel
tamelijk duidelijk zijn wat de overwegende neiging is:we zijn geneigd of te
emotioneel te zijn, of minder te voelen dan de anderen lijken te boelen. Als
het laatste het geval is, kunnen we bewondering oogsten omdat we zo
‘gemakkelijk’ zijn of klachten krijgen omdat we zo ‘gesloten’ zijn. Diegenen
onder ons die de neiging hebben onderkoeld te reageren hebben vaak meer
sociale contacten dan degenen die erg emtioneel zijn; onze samenleving vindt
een gebrek aan emotie over het algemeen acceptabeler dan een openlijk vertoon
van emotie. En omdat zo is,
bestaan er voer iemand die onderkoeld reageert algauw verschillende meningen,
afhankelijk van hoe intensief men met die persoon omgaat. Collega’s en
vrienden van de kegelclub tonen bewondering, terwijl oude vrienden en
geliefden klagen. Diegenen onder ons die meer voelen dant toepasselijk is,
worden er vaak van beschuldigd ‘overgevoelig’ te zijn. Wanneer je niet
zeker weeet welk reactiepatroon het jouwe is, kan het soms helpen te
overdenken wat anderen wel eens over je gezegd hebben. Een van de anderen tot
wie je je kunt wenden is degen met wie je je leven deelt of met wie je een
relatie hebt. De onderkoelde en
emotionele reageerder hebben vaak een relatie. Men vindt vaak dat de twee
elkaar goed aanvullen; daar de een bepaalde energieen heeft die de ander
mist, kunnen ze als elkaars tegenpool fungeren. Op den duur leidt zo’n
combinatie echter vaak tot ontevredenheid en disharmonie en zal degen die
geneigd is te emotioneel te reageren als eerste naar de relatietherapeut
stappen. Behalve letten op
de feedback van anderen om de bewustzijnstoestanden van het kind in jezelf te
herkennen, kun je ook een poos observeren welke gevoelsreacties je hebt (of
niet hebt) bij bepaalde gewone gebeurtenissen, waarbij je tegelijkertijd
objectief probeert vast te stellen of die gebeurtenissen strookten met je
gevoelsreacties (of met het uitblijven daarvan). Vooral bij mensen
die eerder emotioneel onderkoeld reageren, bevordert het de zelfevaltuatie,
wanneer je het verschil begrijpt tussen de realiteit van het kind en die van
de volwassenen en inziet dat een aantal van de gevoelens die cultureel
geaccepteerd zijn voor volwassenen, eigenlijk bij de kindertijd horen. In een later
hoofdstuk tref je een reeks oefeningen aan die bedoeld zijn om je te helpen
je afweerreacties te beoordelen. Voorlopig is het van belang dat je begrijpt
dat zowel zelfobservatie als inzicht in de gevolgen van (culturele)
ontkenning nodig is om je eigen
reacties te leren herkennen en te gaan beseffen wanneer je je in een
bewustzijnstoestand bevindt die bij je jeugd hoort. |