website counter

 

Overgenomen uit het boek: Op weg naar je ware zelf door Jean Jenson isbn 90-269-2368-6

 

 

De rol van het onbewuste

Wij komen bijna allemaal uit gezinnen waarin we de een of andere vorm van mishandeling hebben meegemaakt. Voor velen was het langdurig of ernstig genoeg om op een belangrijk punt zowel de ervaringen als de betekenis ervan te verdringen. Dit had tot gevolg dat we op een bewust niveau niet meer beseften wat er werkelijk met ons gebeurde. Aangezien het een onbewust proces was, realiseerden we ons niet dat het had plaatsgevonden.

Het mechanisme van repressie waarborgde ons voortbestaan. En zo werden we volwassen. Maar omdat ons vermogen ervaringen te verwerken ooit was aangestast, is verdringing (dat ons in staat stelde een traumatiserende jeugd zo comfortabel mogelijk door te komen, of die in sommige gevallen hoe dan ook door te komen) voor de volwassene juist een nadeel. Het onbewuste blijft ons beschermen tegen iets waartegen wij ons niet meer hoeven te beschermen, namelijk het volledige besef van wat er gebeurd is en de bijbehorende pijnlijke gevoelens.

Aangezien verdringing en ontkenning uit het onbewuste gedeelte van onze geest komen, blijven ze automatisch doorfunctioneren; we zijn ons van die activiteit niet bewust omdat het bewuste en onbewuste gedeelte van onze geest verschillende functies en vermogens hebben. Het bewuste gedeelte maakt onderscheid tussen heden en verleden (we zijn ons bewust van onze leeftijd, onze leefomstandigheden, onze vermogens als volwassene, enzovoort), terwijl het onbewuste geen besef van tijd heeft - en toch is het in staat de werkelijkheidswaarneming van de bewuste geest te wijzigen.

Zo functioneren de beschermende mechanismen die we als kind nodig hadden, gewoon door, ondanks het feit dat we ze niet meer nodig hebben.

Ze functioneren zelfs zo goed, dat de gevoelens van angst, droefheid, gemis, schaamte, woede en wanhoop, om er maar een paar te noemen, waartegen we als kind beschermd werden, geweerd worden uit ons bewustzijn, zodat  we ze helemaal niet kunnen voelen, of als we ze nu wel voelen, veroorzaakt lijken te worden door voorvallen in ons huidige leven. En vervolgens reageren we of te heftig of onderkoeld.

Het onvermogen deze pijnlijke emoties hoe dan ook te voelen, of de neiging ze te voelen maar aan de huidige werkelijkheid te koppelen, verstoort ons huidige vermogen ervaringen correct te verwerken. Dit leidt tot een hele reeks problemen, vooral in de relatiesfeer. Helaas doen de meeste gangbare behandelmethoden niets met deze onbewuste invloed.

 

 

Het bewustzijn van het kind tegenover de werkelijkheid van de volwassene

 

Alle volwassenen keren met enige regelmaat terug naar de bewustzijnstoestand van het kind, al beseffen ze dat niet. Wanneer we te emotioneel of onderkoeld op iets reageren, is de geest van de bewustzijnstoestand van de volwassene omgeschakeld naar die va het kind en ervaren we de wereld tijdelijk vanuit de afhankelijkheidspositie van het kind. Of we worden overspoeld door gevoelens die niet in verhouding tot de huidige realiteit staan, of we sluiten ons af voor gevoelens, ons automatisch verdedigend tegen een mogelijke aanval. In de laatste situatie zin we ons er niet eens van bewust dat er gevoelens zijn die gevoeld willen worden.

 

Terugval naar de kinderbeleving

 

Laten we eens naar een typische situatie kijken waarin een volwassene plotseling emotioneel gezien ‘een kind wordt’.

Op een winterochtend loopt Joan naar buiten om met haar auto naar haar werk te gaan.

De avond ervoor had ze de auto buiten de garage gezet en nu komt ze tot de ontdekking dat een zware lading smeltende sneeuw met lagen ijs van het metalen dak van de garage op haar voorruit is gegleden en die volledig heeft verbrijzeld.

Ze is helemaal ontdaan en neemt zichzelf haar ‘stommiteit’ om daar de auto te parkeren, enorm kwalijk.

Ze barst in huilen uit. Huilend rent ze naar binnen, waar haar man, George, zich net aan het scheren is.

Ze vertelt hem wat er gebeurd is en zegt dat ze het stom van zichzelf vindt. George legt zijn scheermes neer, haalt haar even aan en zegt dat ze niet had kunnen weten dat dat zou gebeuren en dat ze zichzelf niet de schuld moet geven.

Nog nasnikkend zegt Joan dat ze niet weet hoe ze naar haar werk moet komen of wat ze met de auto moet doen.

George stelt voor collega’s te bellen die in de buurt wonen, of zonodig samen met zijn auto te gaan,

zodat een van hen tweeen dan maar te laat op het werk komt. Wanneer Joan op haar werk is kan ze de verzekeringsmaatschappij bellen om te vragen waar en hoe ze de auto meot laten maken.

Joan kan nu haar tranden drogen en de aanwijzingen van George opvolgen. Terwijl ze met de verzekeringsagent prat, begint ze weer ‘tot zichzelf’ te komen.

De tekenen die erop wijzen dat Joan terugviel naar een ‘kinderlijke’ bewustzijnstoestand, zijn de hevige emoties die ze voelde en haar grote behoefte naar ‘iemand toe te rennen’ om zich  te laten geruststellen en te laten vertellen wat ze moest doen.

Wanneer we van iemand anders verwachten dat hij ‘de volwassene uithangt’, wijst dat er altijd op dat we onze ervaring niet met volwassen ogen  bekijken en weer kind zijn geworden. Vaak zien we later pas in dat de gevoelsreactie niet in verhouding tot het voorval stond.

Zoals we al hebben gezien, had Joan alle oplossingen die George bedacht, zelf kunnen bedenken.  Wanneer Joan weer volwassen handelt, kan ze haar hersens of levenservaring aanwenden om te bedenken wat ze moet doen. Het plotselinge en de ernst van de situatie veroorzaakten echter een terugval naar een geestetoestand waarin ze de beperkte ervaring en kennis van een kind had; in deze kinderstaat stonden de juiste reakties even niet tot haar beschikking. We kunnen daaruit concluderen dat het gezin waaruit Joan komt, altijd iemand de schuld gaf wanneer er iets mis ging, aangezien ze zich ook schaamde en zichzelf een ‘stommeling’ vond, waarmee ze de zaak er erger op maakte. Ze rende naar haar echtgenoot(die onbewust een ouder voor haar werd), omdat ze van hem het volwassen optreden verwachtte dat ze zelf niet kon opbrengen. Ze rende ook naar hem toe in de hoop troost te krijgen en geen verwijten. In dit geval kon George Joan de zorgzaamheid geven waaraan zij behoefte had.

Het is belangrijk op te merken dat Joan automatisch terugkeerde nar haar volwassen staat van voelen en denken in het heden , en dat ze ddarvoor niet van George afhankelijk was en verder dat de  respons van George positief was; in veel gevallen verloopt de zaak niet zo gunstig. Was George zich aan het voorbereiden geweest op een belangrijke afspreaak, dan zou hij misschien ongeduldig en boos zijn geworden omdat Joan hem nodig had om datgen te doen ‘wat voor de hand lag’. Hij had haar dan misschien  ook ‘stom’ genomend, omdat ze de auto op zo’n kwetsbare plaats had gezet en hem ook nog dit probleem bezorgde.

Dan zouden haar (kinder)angsten bevestigd zijn geweest doordat George zich hetzelfde tegen har gedoreg als haar ouder(s) vroeger.

Deze complicatie had dan tot conflicten tussen Joan en George kunnen leiden en als dit soort dingen nu maar vaak genoeg gebeurde, tot een volwaardige huwelijkscrisis.

Omdat dit een ongewone gebeurtenis was, die zich geheel onverwacht voordeed, zou een onpartijdige waarnemer Joans reactie beslist als buitenproportioneel beschouwen. Joan reageert echter heel vaak zo, zij het wat minder herkenbaar, op gewonere gebeurtenissen. Als ze post van de een of andere instantie krijgt, bijvoorbeeld van de belastingdienst of haar ex-man, is ze meestal zeer bevrresd, totdat ze de envelop opent en ontdekt dat het niets belangrijks is.

Onbewust verwacht ze in zo’n situatie een uitbrander. Een paar weken voor hett voorval met de voorruit was Joan net zo in paniek geweest naar aanleiding  van een telefoontje. Ze was ongeveer een uur weg geweest en toen ze terugkwam, stond er op  het antwoordapparaat een boodschap van haar moeder, die vroeg of ze meteen terug wilde bellen. Joan zette gauw haar tas met boodschappen neer en belde haar moeder, een en al angstgevoelens. Toen die in gesprek bleek, bleef Joan steeds weer de hoorn neerleggen en op de herhaalknop drukken. Ze wist dat ze vijf minuten zou moeten wachten en het dan weer proberen, maar haar angst te horen dat ze ‘iets stoms had gedaan’ was zo groot, dat ze dat niet kon. Ze voelde een sterke drang er koste wat kost achter te komen wat haar moeder wilde.

Ondertussen smolt het ijs dat ze gekocht had.

Het is belangrijk te zien dat Joan haar reacties op deze gebeurtenissen niet in de hand had. Onze westerse cultuur wil ons graag laten geloven dat we onszelf vrijwel altijd in de hand kunnen houden maar de terugval naar een vroegere bewustzijnstoestand, waarin problemen niet zijn opgelost of betreurd, is zo’n terrein waarop onze geest niet volledig greep heeft. We kunnen niet bewust vookomen dat zo’n terugval zich voordoet. Wat we wel kunnen, en wat we moeten leren als we willen genezen, is ons ervan bewust worden dat het is gebeurd.

 

De kindbeleving tegenover die van de volwassene.

Kind

Volwassene

Gevoelens en uitspraken

Werkelijkheid

Ik kom er nooit overheen.....

De tijd verandert alles

Ik kan er niet tegen om me zo te voelen

Als jejezelf toestaat pijnlijke of beangstigende emoties te voelen, gaan ze snel voorbij zonder dat je er schade van ondervindt.

Niemand mag me

Van de paar miljard mense op deze aarbol zijn er vast wel een paar honderd die je zouden mogen als ze je tegenkwamen, Iedereen wordt wel door iemand sympathiek gevonden.

Ik zal altijd alleen blijven

Alleen zijn komt in ieders leven voor. De meeste mensen zijn wel eens een poosje alleen, maar altijd dat, dat komt zelden voor.

Ik kan niets doen aan....

In iedere situatie, op gevangenschap of dood na, zijn meerdere reacties mogelijk.

Iedereen vindt me...

Stom

Lelijk

Gek

Enzovoort...

Nogmaals, met zoveel mensne op de wereld, is het onmogelijk dat iedereen van alles van anderen vindt.

Ik ga dood als hij of zij me verlaat.

Jazeker, het doet pijn , maar doodgaan zul je niet.

Ik had hem of haar niet kwaad moeten maken.

Het is niet mogelijk iemand iets te `maken’. Hoe mensen zich  voelen komt door hoe ze zijn, niet door ietrs wat je gedan of gezegd hebt.

Ik ben niet goed genoeg.

Niet goed genoeg waarvoor? Voor wie? Geen van ons is overal goed in. Heet zou niets uit moeten maken als iemand geen hoge dunk van je heeft, tenzij het om je werk gaan en de persoon in kwestie je baas is.

Ik ben doodsbang voor...

Brand

Insluipers

Het donker

Uitgelachen worden

Mensen achter me

Afgesloten ruimten

Er niet bij horen

Tenzij er een reeel, definieerbaar gevaar dreigt, zoals in een vliegtuig zitten dat motorpech heeft, kan je niets overkomen.

 

 

Wanneer we de omstandigheden nader bekijken, lijkt het duidelijk dat Joan zich plotseling voor een situatie geplaatst zag die haar  tijdelijk uit haar volwassen werkelijkheidsbeleving haalde en haar deed denken en voelen als een kind. Toch is een aantal van de kindergevoelens en gedachten in het bovenstaande s schema zo algemeen aanvaard, dat we die als volwassene ook als geldig zijngaan beschouwen. Met andere woorden, de mate waarin onze hele maatschaoppij aan ontkenningdoet, is het gevolg van een culturele staat van bewustzijn die teruggaat op de kinderbeleving. In zeker zin zijn we allemaal onvolwassen!

Het cruciale verschil tussen de wereld van het kind en die van de volwassene is dat alle kinderen afhankelijk zijn en bijna lle volwassenen onafhankelijk. Het is tot daaraan toe dat bepaalde gebeurtenissen onverwerkte gevoelens uit de jeugd bovenhalen, maar het is toch wel te gek dat bijna iedereen dingen omtrent het leven van de volwasene gelooft die alleen maar gelden voor een kind!

 

Het volgende overzicht geeft aan hoe bepaalde manieren van denken zich ontwikkeld hebben uit wat eigenlijk kenmerken van de kinderbleoving zijn. De kenmerken van de authentieke wereld van het kind, met daarnaast ter vergelijkingde zaken die we ons dienaangaande dienen te realiseren, worden hier gegeven.

 

Kenmerken van de jeugd

Kenmerken van de volwassenheid

De wereld klein (gezin)

 

Het denken in termen van ‘iedereen’ en ‘niemand’

Als je familie je niet wil, wil ‘niemand’ je.

Als je familie je niet goed vindt, vindt ‘Iedereen’ je niet goed.

De wereld is vol mensen

 

Als de een je niet wil, wil de ander je wel.

Iemand kan je niet goed vinden,  maar dat is slechts de mening van één persoon.

Je gaat dood als ze niets om je geven

 

(het denken in termen van ìk ga dood als`)

Het leven hangt af van wat ze van je vinden

Je hebt ‘hen’ niet nodig om iets om je te geven.

 

Met hoge uitzondering van je werkgver is het niet van belang wat `zij`vinden.

Aan je kindertijd komt geen eind

 

(vertekend tijdsbeeld)

(het denken in termen van àltijd``nooit`en ‘eeuwig’:)

Als je familie je niet wil, wil niet alleen ‘niemand’ je, maar zal er n’nooit iemand zijn die je wil. Als je famielie je bekritiseert, keurt niet alleen ‘iedereen’ af wat je doet, maar zal dat ‘altijd’ zo zijn.

Niets duurt eeuwig.

 

De tijd verandert alles.

Echt alles.

Behoeften zijn elimentair en urgent.

 

(Obesesief denken dat ‘iemand iets moet doen’)

Je bent afhaneklijk van anderen voor voedsel, lichamelijke warmte en liefde.

 

Elementaire behoeften worden door jezelf bevredigd.

 

Je kunt voor je eigen voedsel zorgen, voor lichamelijke warmte, onderdak en vervoer, en wanneer iets er niet is, kun je het zonder stellen.

Uitstel van bevrediging van behoeften leidt tot gevaar, gevoelens van angst en paniek (geen perspectief)

Urgentie is zelden nodig of gepast.

Hulpeloosheid/machteloosheid

 

Het denk in termen van ‘ik kan niets doen’, ‘ik heb geen keus.’

Anderen hebben macht over je:

-         In lichamelijk opzicht (je bewegingsvrijheid, je vermogen   tot ontdekken).

-         In geestelijk opzicht (wat je denkt).

-         In emotioneel opzicht (wat je voelt).

Je hebt macht.

 

Je hebt het recht:

 

-         Met je lichaam te doen wat je wilt

 

-         Te denken zoals je wilt

-         Keuzes te maken

Anderen bepalen de keuzes die je hebt

 

-         de aard van je omgeving (of die veilig is, liefdevol, vijandig, bestraffend, wanordelijk, ordelijk, enzovoort)

 

De omstandigheden kunnen de keuzes beperken, maar omstandigheden veranderen.

-         Je creeert je eigen omgeving (je kiest zelf een plek, mensen, sfeer)

 

                                                                                                                                  

Heersende opvattingen die onjuist zijn.

 

Om te kunnen genezen moet er iets gedaan worden met de uiterst persoonlijke jeugdervaringen. De wijze waarop wij in onze cultuur aangepraat krijgen dat bepaalde realiteiten vastaande gegevens zijn – hoewel ze in feite alleen maar gelden voor het afhankelijke kind –

heeft echter ook een belangrijke invloed op onze ontwikkeling gehad. Het zal ons bij de nodige pijnlijke confrontaties met ons eigen, persoonlijke verlden helpen, als we allereerst begrijpen dat bepaalde maatschappelijke opvattingen die we allemaal voor waar aannamen, dat niet zijn.

Als George Joan verlaat tengevolge van relatieproblemen, zal ze de verlatenheid voelen van het kind dat ze was toen haar ouders haar de schuld gaven in plaats van haar te troosten, of van alle andere keren dat ze zich in haar jeugd in de steek gelanten voelde. Ze zal flink huilen en haar vriendinnen zullen waarschijnlijk met haar meevoelen en het erover eens zijn dat George haar in de steek heeft gelaten en het idee versterken dat de hevigheid van haar verdriet gerechtvaardigd is.

Als Joan echter al begonnen is met het verwerken van haar jeugdtrauma’s, zal ze weten dat wat ze in feite voelt, de pijn van de verlatenheid uit haar jeugd is en dat de pijn van het verleis van George anders is dan die wanhoop. Ze zal begrijpen dat George haar niet in de steek heeft gelaten, daar dat een afhankelijkheid van de opstappende partij impliceert die alleen geldt voor de kindertijd. George is gewoon weggegaan. We voelen natuurlijk pijn wanneer iemand weggaat, maar aan je lot overgelaten worden is veel ernstiger dan meemaken dat iemand bij je weggaat.

Joans vriendinnen zijn geneigd alles wat ze over de ware aard van haar pijn zegt, te negeren. We zijn tenslotte geconditioneerd te geloven dat wanneer iemand bij ons weggaat, ook al zijn we volwassen, het logisch is dat je je in de steek gelaten voelt. Haar vriendinnen gaan misschien nog een stapje verder en zeggen tegen haar dat ‘al dat jeugdgedoe’ oprakelen de zaak er alleen maar slechter op maakt.

Ook therapeuten zijn er nog maar weinig van doordrongen in hoeverre pijn die veroorzaakt lijkt door huidige gebeurtenissen, in feite oude, onverwerkte pijn uit de jeugd is. Velen zullen het met hun clienten over invloeden uit hun jeugd hebben, maar weinig inzicht hebben in de manier waarop oude pijn zich in ons leven manifesteert, en dat hoogstwaarschijnlijk omdat maar weinigen hun eigen verleden hebben verwerkt.

Aangezien het ook tot verwarring kan leiden waneer men begint aan een onderneming die tegen de norm van onze maatschappij ingaat, helpt het als we begrijpen waar de ideeen die de meesten van ons aangereikt hebben gekregen, vandaan komen. Onderdeel van het genezingsproces is dan ook we blijven proberen ons bewust te blijven van de keren dat onze houding beinvloed wordt door de conditionering van de maatschappij. Als we dan constateren dat de gangbare redenatie niet klopt, moeten we weigeren die als geldig te aanvaarden. Dit vereist een bereidheid te evalueren wat we ‘altijd’ geloofd hebben en wat anderen misschien nog steeds geloven. Als we eenmaal gaan begrijpen hoeveel van wat ons geleerd is, op de realiteit van de kinderjaren teruggaat, zullen we ons van een schadelijke manier van denken die ons is opgelegd, kunnen losmaken en aan de beperkingen ervan ontsnappen.

 

Schets van iemand die emotioneel reageert

 

Mensen als Joan beginnen vaak met het verkennen van hun verleden, wanner ze zich ervan bewust worden dat ze bij tijd en wijle te emotioneel reageren en dat die heftige reacites vak veroorzaakt worden doo reen gevoel dat iemand ontevreden voer hen is, hen niet mag  of hen stom vindt.

Bij Joan ontstond dit idee geleidelijk, toen ze steeds meer ging inzien dat anderen niet altijd zo sterk op bepaalde gebeurtenissen reageerden als zij of niet de gerusstelling en goedkeuring nodig haddne die zij nodig had. George die het meest met haar omging, was de eerste die dit onder haar aandacht bracht. Hij klaagde dat ze op hem steunde met dingen die ze zelf zou moeten kunnen – dat ze soms zijn aandacht heel erg nodig leek te hebben, vooral wanneer hij werk mee naar huis nam. Hij wees haar er ook op de ze zichzelf kleine foutjes vaak heel erg kwalijk nam en dan bij hem geruststelling zocht. Daarna begon Joan te merken dat er andere manieren waren waarop ze als een kind handelde en bij George steun zocht, zoals toen haar chef had gezegd dat hij haar de volgende dag ergens over wilde spreken en de angst haar uit haar slaap hield. Ze begon ook te beseffen dat ze zich afgewezen voelde als iemand op haar werk afgeleid was en ’s morgens niet merkte dat ze gearriveerd was, en dat ze dan later op de dag probeerde die persoon een reacite te ontlokken om haar angst weg te nemen. Joan realiseerde zich dat ze soms in huilen uitbarstte wanneer iemand onverwacht iets aardigs deed en dan niet kon begrijpen waarom ze huilde. Goede vrienden bevestigden dat ze zich soms als een hulpbehoevend kind gedroeg en onzeker leek.

De onnodige hevigheid van die gevoelens gaf Joan een ongemakkelijk gevoel en ze wilde hulp hebben, maar wat har echt naar de therapie bracht, was het gevoel dat George zijn geduld begon te verliezen. Ze maakte zich zorgen over haar huwelijk.

 

 

 

Hoe herken je iemand die onderkoeld reageert.

 

Wanneer mensen als Joan aan dit proces beginnen, kunnen ze de gevoelens die hun last bezorgen, gebruiken als instrument om bij de pijn te komen van de oorspronkelijke, traumatiserende ervaring die verdrongen is. En als ze, net als Joan, de irreele hoop koesteren iets van anderen te krijgen, kan die wetenschap aangewend worden om een belangrijk afweermechanisme los te laten. Maar hoe zit dat met mensen die bijna nooit iets voelen?

Zoals we al besproken hebben komte het vaker bij mannen dan bij vrouwen voor dat men zich afsluit voor diepere gevoelens, en vaker bij vrouwen dan bij mannen dat men overdreven emotioneeel reageert. Cultulrele conditionering draagt duidelijk aan deze tendens bij, zoals doorgaans gestaafd wordt door de observatie dat mannen zich sneller afsluiten voor gevoelens dan vrouwen. Ongeacht het geslacht van een persoon en ondanks het door ervaring ontstane verschil in reageren – geblokkeerde emoties (of minder emoties dan je zou verwachten) versus een teveel aan emoties – vindt dezelfde omschakelling naar het bewustzijn van het kind plaats.

Op de buitenstaander maken ze een zeer verschillende indruk. Zo leek Bob totaal onaangedaan door wat er op zijn gazon plaats vond, terwijl Joan helemaal van slag was toen ze zag wat er met haar auto gebeurd was. Maar, schijn bedriegt: zowel Bob als Joan reageerde zoals het kind dat zij ooit waren gereageerd zou hebben. Bob reageerde zoals hij dat deed toen hij zich als kind moest afschermen tegen de erkenning van de pijnlijke realiteit van zijn jeugd: hij ontkende ieder gevoel en meed dat op die manier volledig. Wanneer hij in het heden met een mogelijk pijnlijk situatie werd geconfronteerd, werd hij weer ‘het kind van vroeger’ en greep hij weer naar hetzelfde afweermiddel. Wanneer Joan daarentegen verviel in het kinderbewustzijn, werd ze bevangen door de paniek die ze altijd voelde voordat men haar vertelde hoe stom ze was; ze had dus wel gevoelens, maar die gevoelens stonden los van de bron. Wanneer iemand als Joan wil gaan werken aan de pijn uit haar jeugd, moet dat via haar emotionele reakties gebeuren, maar allereerst moet ze zich gaan realiseren dat haar gevoelens infeite geen reacite op de realiteit van dat moment zijn, zoals ze denkt. Wanneer iemand als Bob zijn gevoelens wil gaan aanpakken, moet hij echter eerst het idee loslaten dat er niets is dat hem kan deren. Pas dan zullen er gevoelens loskomen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat we erachter kunnen komen wanneer de bewustzijnstoestand van het kind weer opduikt door te kijken naar de manier waarop we met gebeurtenissen die ontregelend zijn (of zouden moeten zijn). Voor ieder van ons moet wel tamelijk duidelijk zijn wat de overwegende neiging is:we zijn geneigd of te emotioneel te zijn, of minder te voelen dan de anderen lijken te boelen. Als het laatste het geval is, kunnen we bewondering oogsten omdat we zo ‘gemakkelijk’ zijn of klachten krijgen omdat we zo ‘gesloten’ zijn. Diegenen onder ons die de neiging hebben onderkoeld te reageren hebben vaak meer sociale contacten dan degenen die erg emtioneel zijn; onze samenleving vindt een gebrek aan emotie over het algemeen acceptabeler dan een openlijk vertoon van emotie.

En omdat zo is, bestaan er voer iemand die onderkoeld reageert algauw verschillende meningen, afhankelijk van hoe intensief men met die persoon omgaat. Collega’s en vrienden van de kegelclub tonen bewondering, terwijl oude vrienden en geliefden klagen. Diegenen onder ons die meer voelen dant toepasselijk is, worden er vaak van beschuldigd ‘overgevoelig’ te zijn.

 

Wanneer je niet zeker weeet welk reactiepatroon het jouwe is, kan het soms helpen te overdenken wat anderen wel eens over je gezegd hebben. Een van de anderen tot wie je je kunt wenden is degen met wie je je leven deelt of met wie je een relatie hebt.

De onderkoelde en emotionele reageerder hebben vaak een relatie. Men vindt vaak dat de twee elkaar goed aanvullen; daar de een bepaalde energieen heeft die de ander mist, kunnen ze als elkaars tegenpool fungeren. Op den duur leidt zo’n combinatie echter vaak tot ontevredenheid en disharmonie en zal degen die geneigd is te emotioneel te reageren als eerste naar de relatietherapeut stappen.

Behalve letten op de feedback van anderen om de bewustzijnstoestanden van het kind in jezelf te herkennen, kun je ook een poos observeren welke gevoelsreacties je hebt (of niet hebt) bij bepaalde gewone gebeurtenissen, waarbij je tegelijkertijd objectief probeert vast te stellen of die gebeurtenissen strookten met je gevoelsreacties (of met het uitblijven daarvan).

Vooral bij mensen die eerder emotioneel onderkoeld reageren, bevordert het de zelfevaltuatie, wanneer je het verschil begrijpt tussen de realiteit van het kind en die van de volwassenen en inziet dat een aantal van de gevoelens die cultureel geaccepteerd zijn voor volwassenen, eigenlijk bij de kindertijd horen.

In een later hoofdstuk tref je een reeks oefeningen aan die bedoeld zijn om je te helpen je afweerreacties te beoordelen. Voorlopig is het van belang dat je begrijpt dat zowel zelfobservatie als inzicht in de gevolgen van (culturele) ontkenning nodig is  om je eigen reacties te leren herkennen en te gaan beseffen wanneer je je in een bewustzijnstoestand bevindt die bij je jeugd hoort.